Introductie minimumloon voor meerwerk en stukloon

 

Auteur: Bart Agerbeek

 

Met betrekking tot de regelingen van het minimumloon zijn er in de afgelopen jaren meerdere wijzigingen geweest. Een belangrijke overweging hierbij is geweest het voorkomen van ondergraving van de Nederlandse arbeidsmarkt, zoals mogelijk zou kunnen plaatsvinden bij het inschakelen van buitenlandse (Oost-Europese) werknemers en schijnzelfstandigen.

Zo is vorig jaar per 1 juli 2017 de leeftijd voor het volwassen minimumloon verlaagd van 23 jaar naar 22 jaar en is het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 21-jarigen verhoogd. Ook per 1 januari 2018 zijn er verdere wijzigingen geïntroduceerd, waarbij onder meer een minimumloon voor meerwerk en stukloon geldt. Maar ook daarna staan er nog meer wijzigingen op stapel. In deze bijdrage treft u aan een update van de regels ten aanzien van het minimumloon.
 

Ingevoerde wijzigingen

Laten we eerst eens kijken wat er het afgelopen jaar is gewijzigd met betrekking tot het minimumloon. De maatregelen uit 2017 betreffen met name de arbeidsrechtelijke verplichtingen in verband met de aanpak van schijnconstructies. Mede met het oog op de hiervoor genoemde buitenlandse werknemers is met ingang van 1 januari een verbod van kracht om inhoudingen te doen op het minimumloon van werknemers. De enige toegestane uitzonderingen betreffen het verstrekken van (gecertificeerde) huisvesting tot maximaal 25% van het (netto) minimumloon en de nominale zorgverzekeringspremie (en de verschuldigde premie ter dekking van het eigen risico). Ter zake het loon boven het minimumloon kan verrekening en inhouding op het loon van de werknemer wel gewoon plaatsvinden.

Het is de bedoeling dat de werkgever (het netto equivalent van) het minimumloon ook daadwerkelijk aan de werknemer uitbetaald, waarbij dit vanaf 1 januari 2017 giraal (per bank) moet plaatsvinden. Op de loonstrook moet de werkgever de betaalde onbelaste kostenvergoedingen zodanig specificeren dat duidelijk is op welke onkosten de vergoeding betrekking heeft.

Tot geldt (reeds per 2015) dat na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd recht bestaat op minimumloon en vakantietoeslag. Het is immers steeds gebruikelijker dat men doorwerkt na de AOW-leeftijd en de wetgever heeft mede willen voorkomen dat deze ouderen de andere werknemers zouden verdringen.
 

Verhogen minimumloon

Daarnaast is per 1 juli 2017 de leeftijd voor het volwassen minimumloon verlaagd van 23 jaar naar 22 jaar (van 85% naar 100%), alsmede is het minimumjeugdloon verhoogd voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar. De verhoogde minimumjeugdlonen gelden echter niet voor mbo-leerlingen van 18 t/m 20 jaar die een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen, voor hen blijven de percentages gelden van vóór 1 juli 2017. Het is de bedoeling dat het minimumloonleeftijd voor volwassen met ingang van 1 juli 2019 verder verlaagd worden naar 21 jaar. Daarnaast zal ook het minimumjeugdloon verder omhoog gaan voor jeugdigen van 18 tot en met 20 jaar.

De wijziging van het minimumjeugdloon per 1 juli 2017 en de voorgenomen wijziging per 1 juli 2019, zien er als volgt uit:
 

Leeftijd
.
.
18 jaar
.
19 jaar
.
20 jaar
.
21 jaar
.
22 jaar e.v.
1 juli 2017
.
.
47,5%
.
55%
.
70%
.
85%
.
100%
1 juli 2019
.
.
50%
.
60%
.
80%
.
100%
.
100%

 
Voor werkgevers met werknemers in de leeftijd van 18 tot en met 21 jaar worden dus vanaf 1 juli 2017 geconfronteerd met hogere loonkosten. Hiervoor worden zij gecompenseerd met het minimumjeugdloonvoordeel, het zogeheten ‘jeugd-lage inkomensvoordeel (LIV)’. Dit jeugd-LIV voorziet in een vergoeding aan de werkgever per verloond uur, waarbij de berekening door UWV plaatsvindt op basis van de polisadministratie welke gevoed wordt door de aangiften loonheffingen. Het jeugd-LIV treedt in werking per 1 januari 2018 en zal automatisch door de belastingdienst achteraf worden uitbetaald op basis van de ingediende aangiften loonheffingen in het kalenderjaar Het jeugd-LIV over 2018 wordt dus achteraf in 2019 betaald, nadat op jaarbasis duidelijk is hoeveel verloonde uren er zijn.

De nominale bedragen van het minimumloon zelf zijn met ingang van 1 januari 2018 verhoogd. Dit betreft het minimumloon per maand, week en dag. Dat betekent dat werkgevers, die in de eerste helft van 2018 het minimumuurloon moeten bepalen, rekening moet houden met de gebruikelijke arbeidsduur binnen de onderneming van de werkgever per week (meestal 36, 38 of 40 uur). Een werknemer binnen een onderneming met een gebruikelijke arbeidsduur van 40 uur per week heeft overeenkomstig recht op een lager minimumuurloon in vergelijking tot de werknemer die werkzaam is bij een onderneming met een gebruikelijke arbeidsduur van 36 of 38 uur per week. Hierbij moet men erop letten dat het naar beneden afronden ertoe kan leiden dat per ongeluk minder dan het minimumuurloon wordt betaald.
 

Stukloon

In sommige branches en bedrijven worden werknemers ook welk betaald per stuk werk dat wordt afgeleverd, dit is het zogeheten ‘stukloon’. Tot en met 2017 gold dat voor de bepaling van het toepasselijke minimumloon gekeken werd naar de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering van de verrichte arbeid (per stuk) is gemoeid. Deze handelwijze maakte de handhaving van het minimumloon soms zeer lastig.

Per 1 januari 2018 zijn de regels gewijzigd en geldt als voorwaarde dat de werknemer per saldo voor ieder gewerkt uur gemiddeld ten minste het minimumloon moet verdienen. Dus ook als de werkgever de werknemer stukloon betaalt dan zal aan de hand van de daadwerkelijk aan de uitvoering van de arbeid bestede tijd beoordeeld moeten worden of gemiddeld het minimumuurloon is betaald. Bij de bepaling van het toepasselijke minimumloon zal rekening moeten worden gehouden, zoals hiervoor ook vermeld, met de in het bedrijf of sector geldende gebruikelijke arbeidsduur. Met andere woorden, de werkgever dient eerst het minimum(week)loon te delen door de gebruikelijke arbeidsduur en dit daarna te vermenigvuldigen met het aantal daadwerkelijk bestede uren. Het aan de werknemer te betalen stukloon moet tot slot vergeleken worden met de uitkomst van deze berekening.

De nieuwe regels met betrekking tot het stukloon hoeven in de praktijk niet perse eenvoudiger te zijn. Voor bepaalde werkzaamheden in een sector kan de Minister van SZW (op aangeven van de Stichting van de Arbeid) bepalen dat het minimumloon, net als vóór 1 januari 2018, kan worden berekend op basis van de tijd die redelijkerwijs met de betreffende arbeid (per stuk) is gemoeid (de ‘stukloonnorm’). Het zal hierbij dan gaan om werkzaamheden waarbij de werkgever niet of onvoldoende zicht heeft op de werknemer en de tijd die deze besteed aan de werkzaamheden. De goedkeuring zal logischerwijs alleen gegeven worden als werkgevers- en werknemersorganisaties overeenstemming hebben bereikt over de stukloonnorm. Deze partijen kunnen daarna een verzoek indienen bij de Stichting van de Arbeid die het kan doorzetten naar de Minister van SZW. De nieuwe regeling voorziet er evenwel ook in dat een stukloonnorm eventueel ook bepaald kan worden ingeval voormelde overeenstemming niet verkregen kan worden. De mogelijkheid van de bepaling van het minimumloon op basis van de stukloonnorm geldt niet voor uitzendovereenkomsten.
 

Minimumloon voor overwerk

Een andere belangrijke wijziging is dat met ingang van 1 januari 2018 extra uren werkt (meerwerk/overwerk) de werkgever over deze gewerkte uren ook gemiddeld ten minste het minimumloon verdient. Dit is ook van toepassing als een werknemer een parttime dienstverband heeft en daarnaast extra uren werkt. Ingeval tussen werkgever en werknemer de omvang van de werkzaamheden niet is bepaald, zal als grondslag voor de berekening van het minimumloon aangesloten worden bij de feitelijke arbeidsduur.

Omdat het minimumloon ook van toepassing is ter zake het verrichte meerwerk/overwerk is vanaf 1 januari 2018 ook de bepaling vervallen dat overwerk geen deel uitmaakt van de grondslag voor het minimumloon en vakantietoeslag. De werknemer heeft met ingang van 1 januari 2018 dan ook recht op vakantietoeslag over het overwerkloon. Let op, hier is geen overgangsregeling van toepassing en heeft tot gevolg dat ook vakantietoeslag moet worden betaald over overwerk welke vóór 1 januari 2018 is verricht en pas daarna is betaald.

In een cao kunnen overigens afwijkende afspraken worden gemaakt. Het is dan mogelijk dat de extra gewerkte uren boven de overeengekomen arbeidsduur niet worden uitbetaald, maar geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd in betaalde vrije tijd. De werknemer moet dan wel altijd ten minste 108% van het minimumloon ontvangen en de uren moeten uiterlijk 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar worden opgenomen of worden uitbetaald. Bij beëindiging van het dienstverband moeten de nog niet gecompenseerde uren alsnog worden uitbetaald. Gedurende het jaar 2018 geldt overigens nog niet de eis dat de afwijkende afspraak perse in de cao is vastgelegd, dit jaar is nog voldoende dat er een schriftelijke overeenstemming is tussen werkgever en werknemer.
 

Afsluitend

De regelgeving met betrekking tot het minimumloon wordt met enige regelmaat aangepast. De wijzigingen als gevolg van de Wet aanpak schijnconstructies en die per 1 januari 2018 betreffen ook inhoudelijke wijzigingen waarmee rekening gehouden moet worden als het van toepassing is op de situatie in de onderneming. In vervolg op de aanpassingen in juli 2017 en januari 2018 zullen ook in 2019 weer enige aanpassingen plaatsvinden, maar dit betreft meer de hoogte van het minimumloon.