Staatssecretaris van Financiën Vijlbrief heeft op 14 april 2020 in een brief aan de Tweede Kamer het concept beleidsbesluit Fiscale tegemoetkomingen naar aanleiding van de coronacrisis (Besluit noodmaatregelen coronacrisis) bekendgemaakt. In deze blog gaan we in op een aantal daarin geregelde zaken voor grensarbeiders.

Grensarbeiders die gedurende de coronacrisis thuiswerken (thuiswerkdagen) of die niet kunnen werken en thuis moeten blijven met behoud van loon (thuiszitdagen) kunnen op grond van belastingverdragen te maken krijgen met een verschuiving van het heffingsrecht over (een deel van) hun inkomen van werkstaat naar woonstaat. Dit leidt voor deze grensarbeiders tot onzekerheid, administratieve lasten en kan negatieve inkomenseffecten hebben.

Thuiswerkdagen

Als gevolg van de coronacrisis werken veel mensen thuis. Met Duitsland is bilateraal een oplossing overeengekomen voor grensarbeiders in loondienst die thuiswerken in hun woonstaat. Nederland en Duitsland hebben afgesproken dat belastingplichtigen in afwijking van het verdrag de extra thuiswerkdagen in verband met corona mogen behandelen conform waar onder normale omstandigheden zou worden gewerkt (de “reguliere” werkstaat). Het inkomen met betrekking tot de extra thuiswerkdagen moet dan in het andere land wel daadwerkelijk worden belast. Uiteraard mag de grensarbeider er voor kiezen een beroep te doen op de letterlijke verdragstekst, waardoor het heffingsrecht wel naar de woonstaat (thuiswerkstaat) verschuift.

Deze afspraak is inmiddels schriftelijk vastgelegd tussen Nederland en Duitsland en geldt van 11 maart tot en met 30 april en wordt daarna van maand tot maand verlengd tot één van beide landen de afspraak opzegt.

Met België is overleg over de behandeling van thuiswerkdagen nog gaande.

Tijdelijke inactiviteit

Als gevolg van de coronacrisis zitten veel mensen gedwongen thuis zonder te kunnen werken, maar met behoud van salaris. Dit kan het geval zijn als het bedrijf waarvoor zij werken de deuren tijdelijk moet sluiten. Duitsland, België en Nederland zijn het erover eens dat loondoorbetaling voor een periode van tijdelijke inactiviteit fiscaal dient te worden behandeld conform waar onder normale omstandigheden zou worden gewerkt. Een inwoner van België die onder normale omstandigheden in Nederland werkt, maar nu zonder te werken thuis blijft, blijft dus zoals voorheen in Nederland belast. Dit zien Duitsland, België en Nederland slechts als bevestiging van een bestaande interpretatie van het belastingverdrag.

Duitse sociale zekerheidsuitkeringen

Als gevolg van de coronacrisis zal een toenemend aantal grensarbeiders die in Nederland wonen een Duitse inkomensondersteuning krijgen in de vorm van een netto socialezekerheidsuitkering. Waar Nederland werkgevers ondersteunt bij loondoorbetaling, keert Duitsland bij een vermindering van werkuren “Kurzarbeitergeld” uit aan werknemers.

Daarnaast wordt verwacht dat als gevolg van de coronacrisis een toenemend aantal inwoners van Nederland “Insolvenzgeld” of “Arbeitslosengeld” zal ontvangen. Deze Duitse socialezekerheidsuitkering(en) zijn op het nettoloon afgestemd en zijn derhalve in Duitsland vrijgesteld van belasting. Als deze uitkeringen (tezamen met bepaalde andere) Duitse (socialezekerheids)uitkeringen in een kalenderjaar € 15.000 of minder bedragen, wijst het belastingverdrag met Duitsland het heffingsrecht over deze Duitse netto-uitkeringen toe aan Nederland. Met als ongewenst gevolg dat Nederland dan zou heffen over een door Duitsland betaalde netto uitkering van een grensarbeider die normaal in Duitsland had gewerkt en daar zou zijn belast voor zijn salaris.

Goedgekeurd wordt dat Nederland, kort gezegd, Kurzarbeitergeld, Insolvenzgeld en Arbeitslosengeld voor zover dat geacht wordt te zijn verkregen als gevolg van corona(maatregelen) vrijstelt van belasting. Deze vrijstelling geldt voor de periode van 11 maart 2020 tot en met 31 december 2020. Hierbij wordt de in het belastingverdrag met Duitsland overeengekomen vrijstelling met progressievoorbehoud toegepast.