Het kabinet heeft een breed pakket noodmaatregelen getroffen om de financiële gevolgen van de corona-crisis zoveel mogelijk te beperken.

In deze blog informeren wij je over de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). De NOW behelst een (tijdelijke) tegemoetkoming in de loonkosten en vervangt de regeling voor Werktijdverkorting (WTV) die met onmiddellijke ingang per 17 maart 2020 om 18:45 uur is stopgezet.

Op 31 maart 2020 zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de NOW nader uitgewerkt. Wij verwijzen naar de kamerbrief van minister Koolmees, waarbij als bijlage de Regeling Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid is opgenomen, en de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deze blog is ge-update naar de stand van zaken per 31 maart 2020.

Ondersteuning in geval van omzetdaling

De NOW ondersteunt werkgevers, ongeacht hun omvang, die geconfronteerd worden met een omzetdaling van ten minste 20% over een aangesloten periode van drie maanden. Uitgangspunt is daarbij dat omzetdalingen van meer dan 20% in deze periode het gevolg zijn van buitengewone omstandigheden die buiten het normale ondernemersrisico vallen en bijvoorbeeld samenhangen met overheidsingrijpen en openbare orde maatregelen. Een werkgever hoeft daarbij niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling van ten minste 20%

De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen over een driemaandsperiode waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door vier. Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling.

Het kan voorkomen dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of seizoenspatronen. Hiervoor is in de regeling geen correctie mogelijk.

Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon. Als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen geldt de omzetdaling op concernniveau; daarmee wordt zo goed mogelijk aangesloten bij het verband tussen de omzetdaling en inzet van personeel en bij wat het in jaarrekeningenrecht gebruikelijk is. Verkregen subsidies en andere bijdragen uit publieke middelen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij scholen en culturele instellingen, worden gelijkgesteld met omzet.

De tegemoetkoming

De tegemoetkoming betreft een subsidie voor de loonkosten van de werknemers die in dienst zijn bij een werkgever en die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. 

De tegemoetkoming bedraagt een percentage van de loonsom. Dit percentage loopt op naar mate er (naar verwachting) meer omzetdaling is.

De tegemoetkoming is als volgt:

  • Bij een omzetdaling van 100% bedraagt de tegemoetkoming 90%;
  • Bij een omzetdaling van 50% bedraagt de tegemoetkoming 45%;
  • Bij een omzetdaling van 20% bedraagt de tegemoetkoming 18%.

Voorwaarde is dat de werkgever het loon van de werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming wordt ontvangen voor 100% doorbetaalt.

De bedoeling van de NOW is dat werkgevers zoveel mogelijk werknemers in dienst houden en ontslagen worden voorkomen. Gedurende de periode waarover de tegemoetkoming wordt ontvangen, mogen dan ook geen werknemers om bedrijfseconomische redenen worden ontslagen.

De NOW is losgekoppeld van de WW. De werknemers verliezen zodoende geen WW-rechten. 

De tegemoetkoming geldt in eerste instantie voor een periode van drie maanden (maart, april en met 2020), maar kan (vooralsnog) eenmalig nog een keer verlengd worden met nog eens drie maanden (juni, juli en augustus 2020). Daarover zal vóór 1 juni 2020 besloten worden, zodat een eventuele tweede tranche aansluit op de eerste aanvraagperiode die op 31 mei 2020 eindigt.

In geval van verlenging van deze noodmaatregel kunnen overigens nadere voorwaarden aan de regeling worden toegevoegd. Deze voorwaarden tijdens de verlengingsperiode zullen worden gerelateerd aan de omstandigheden van dat moment en kunnen beperkend zijn voor de toegang tot de regeling of de hoogte van de uitkering.

Voorwaarden voor deelname aan de regeling

Aan deelname aan de regeling zijn, gelet op het doel ervan – behoud van banen – een tweetal belangrijke voorwaarden verbonden: de inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en de voorwaarde om gedurende de periode waarvoor subsidie ontvangen wordt geen ontslagaanvraag te doen wegens bedrijfseconomische omstandigheden.

Inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden

Om in aanmerking te komen voor subsidie wordt verwacht dat de werkgever zich inspant om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en werknemers dus door te betalen. Een daling van de loonsom zal dan ook gevolgen hebben voor de hoogte van de uiteindelijke subsidie waar de werkgever aanspraak op kan maken. Er worden immers minder mensen doorbetaald of de hoogte van de loonsom is neerwaarts bijgesteld, dus neemt ook de tegemoetkoming in de loonkosten af.

Het voorschot dat in het kader van de NOW wordt verstrekt, is in beginsel gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de maanden maart, april en mei 2020 lager is, wordt de hoogte van de subsidie verminderd met 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Dit heeft tevens het effect dat werkgevers van werknemers met een flexibel contract worden gestimuleerd om het loon door te betalen (voor dezelfde urenomvang). Wordt ervoor gekozen om de lonen van werknemers met flexibele arbeidsomvang door te betalen, dan tellen deze lonen mee bij de vaststelling van de NOW en wordt hierover subsidie ontvangen.

Geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen

Uitgangspunt van de NOW is dat via deze regeling zoveel mogelijk werkgelegenheidsverlies wordt voorkomen. Om die reden wordt van de werkgever verlangd zich er bij de aanvraag van de NOW aan te committeren, geen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover hij de tegemoetkoming ontvangt. Van de werkgever wordt dan ook verwacht dat hij in de periode vanaf 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij het UWV geen verzoek doet om toestemming te verkrijgen voor opzegging van een arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen. De voorwaarde geldt niet voor ontslagaanvragen die bij het UWV zijn ingediend in de periode vanaf 1 maart tot en met 17 maart 2020.

Indien toch ontslag wordt aangevraagd en deze aanvraag niet (of niet tijdig) is ingetrokken, wordt bij de vaststelling van de subsidie een correctie doorgevoerd. Bij de vaststelling van de subsidie wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie ontslag is aangevraagd. Dit loon wordt vervolgens verhoogd met 50% (een boete dus). Dit loon plus de vermeerdering van 50% wordt in mindering gebracht op de totale loonsom waarop de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat niet-naleving van de voorwaarde om geen ontslag aan te vragen gevolgen heeft voor de hoogte van de subsidie.

Bepaling van de in aanmerking te nemen loonsom

Voor de loonsom worden gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst gebruikt. Deze neemt het UWV automatisch over. Het UWV neemt hierbij als grondslag het zogenaamde socialeverzekeringsloon. Hier komt voor alle bedrijven dezelfde opslag van 30 procent bovenop voor werkgeverslasten zoals de opbouw van het vakantiegeld, pensioen en de werkgeverspremies.

De tegemoetkoming is per werknemer gemaximeerd. Als loon wordt maximaal twee keer het maximumdagloon per maand per individuele werknemer in aanmerking genomen. Loon boven € 9.538 per maand komt derhalve niet voor subsidie in aanmerking.

De loonsom in de subsidieperiode wordt vergeleken met de loonsom van januari zoals bekend bij de Belastingdienst. Als die ontbreekt, wordt de loonsom van november 2019 genomen. Om calculerend gedrag te voorkomen, worden wijzigingen in de loonaangifte van januari die na 15 maart zijn doorgegeven, voor deze regeling niet meegenomen. Vanwege het belang van de loonsom voor de subsidie is het belangrijk dat werkgevers tijdig loonaangifte blijven doen bij de Belastingdienst.

Regeling geldt ook voor flexwerkers

De regeling geldt ook voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een flexibel contract. Werkgevers kunnen ook subsidie ontvangen voor deze werknemers, voor zover deze werknemers in dienst blijven en loon blijven ontvangen van de werkgever gedurende de periode waarover de subsidie wordt verstrekt.

De NOW is uitdrukkelijk ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals werknemer met een nulurencontract. Voor payroll- en uitzendwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor reguliere werkgevers. Ook zij kunnen via de NOW een tegemoetkoming aanvragen en worden gecompenseerd voor de loonkosten van werknemers die zij in dienst houden.

Aanvraag, voorschot en toekenning van de subsidie

Het UWV streeft ernaar om de regeling vanaf 6 april 2020 uit te voeren. De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020. De tegemoetkoming kan met terugwerkende kracht tot en met 1 maart 2020 worden ingediend.

Werkgevers dienen, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingennummer, de volgende stappen te doorlopen:

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei in verband met een terugval in omzet van meer dan 20%;
  • Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever aangeven dat hij de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april, mei 2020;
  • De werkgever noteert de verwachte omzet in de drie maanden van de door gekozen meetperiode en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over drie maanden;
  • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten. Dat percentage wordt op het aanvraagformulier ingevuld;
  • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019; het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.

Sommige werkgevers hebben meerdere loonheffingsnummers. Als deze werkgever voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal de werkgever meerdere aanvragen moeten indienen, namelijk per loonheffingennummer. De werkgever dient wel de omzetdaling op te geven die hij voor de gehele onderneming verwacht; hij vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde meetperiode in.

Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal het UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling. Gegevens over de loonsom baseert het UWV op de polisadministratie, waarbij als uitgangspunt de maand januari 2020 wordt genomen. Voor het UWV geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2 tot 4 weken.

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hierbij een accountantsverklaring vereist. Er wordt naar gestreefd om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. De regeling kan op dat punt nog worden aangepast. Binnen 22 weken na ontvangst van deze aanvraag zal het UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld om het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.

Overgangsregeling voor reeds aangevraagde WTV

De NOW komt in de plaats van de WTV. Ondernemers/werkgevers die al een aanvraag voor WTV bij het UWV hebben ingediend, hoeven geen nieuwe aanvraag voor de NOW in te dienen. Wel zal aanvullende informatie worden opgevraagd. De aanvraag voor WTV wordt automatisch beschouwd als een aanvraag voor de NOW. Een reeds verleende vergunning tot WTV blijft van kracht. Na afloop van de vergunningsperiode kan gebruik worden gemaakt van de NOW.

Veelgestelde vragen

Klik hier voor veelgestelde vragen over de NOW en de antwoorden van de overheid daarop.